Sionskerk, A. van Ostadelaan 78, Veenendaal - Direct contact opnemen met de wijkpredikant of scriba van de Sionskerk.

God is mijn deel (Psalm 16: 5)

... “Bewaar mij, o God.” Dit gebed leren wij weer bidden. Door de economische crisis en de stormachtige ontwikkelingen in de geschiedenis zijn we ruw gewekt uit een mooie droom. We zien weer hoe de wereld werkelijk is en hoe onzeker ons leven. En we bidden om bewaring.

Waar bid je dan om? Wat is ‘bewaring’? Bidden we om bevestiging van ons bestaan? Dat God onze voorspoed veilig stelt? Bidden we om vrede en werk en welvaart? Dat is niet verkeerd, maar kan dat alles zijn? Ongetwijfeld zullen christenen in Noord Irak deze woorden ook gebeden hebben: bewaar ons, o God. Maar hun huizen werden gebrandmerkt met het nasrani teken en zij lieten het leven. Bewaarde God hen niet? Of toch wel, maar anders dan we dachten?

●●●

In het midden van de psalm belijdt David zijn geloof: de Here is mijn enig deel. Om dit beeld te begrijpen moeten we denken aan Israël. Toen het beloofde land veroverd was, werd het onder de stammen verdeeld. Door het lot kreeg iedere familie een stuk grond toegewezen. Maar één stam mocht niet meedoen. De Levieten kregen geen akkers. Tegen hen zei God: Ìk ben jullie deel. Alle anderen hebben akkers, jullie hebben Mij.

De akker betekende veel voor een Israëliet. Door het land kwam er brood op de plank. De akker gaf ook vrijheid. Je werkte niet als slaaf, maar als een vrij man op je eigen land. Akkers waren ook verbonden met de toekomst. Vaders lieten het land achter aan hun zonen. Het bleef in de familie.

Levi moest dat allemaal missen, maar er kwam wel wat voor in de plaats. God was hun deel.

Daar grijpt David op terug als hij zegt: God is mijn deel. Dat wil zeggen: alles wat het bezit van land betekent voor een Israëliet, dat betekent God voor mij. God is leven, vrijheid, toekomst. Maar deze uitspraak betekent meer. De Levieten konden het land missen omdat God hun erfdeel was. Wat iedereen had, hoefden zij niet te hebben. Zij hadden God. Dat was genoeg. Zo kan ook David het land missen. En nog wel meer ook. Hij kan alles missen. Want hij heeft God en in Hem vindt hij alles. David belijdt: U bent al wat ik heb. U bent mijn grootste rijkdom. U heb ik nodig. De rest is overbodig.

Deze concentratie op God als je één en je al, vind je ook psalm 27: Eén ding heb ik van de HERE verlangd. Gaat het om gezondheid, vrede, geluk? Nee het ene wat telt is: dat ik in het huis van God kom. Het gaat om het contact met Hem. Psalm 73 zegt hetzelfde: Wat kan op aarde mij bekoren? Alleen bij U wil ik behoren. De vertolking van Psalmen voor Nu verwoordt het zo: U heb ik nodig, de rest is overbodig. En Lodewijk ten Kate dichtte: Ik heb mijn God, dat is genoeg, ik wens mij niets daarneven. Wie God als deel heeft, heeft alles.

●●●

Bewaar mij o God. Vanuit het midden van de psalm weten we nu waar David om bidt. Het belangrijkste van zijn leven moet bewaard blijven. Dat is de band met God. Dat God zijn deel blijft. David bidt: God U heb ik nodig, de rest is overbodig. Wie dit bidt, zal verhoord worden. Wat we ook moeten missen, wat ons ook uit handen wordt geslagen, God blijft ons deel.

P. Hoogendam

Naar overzicht

Geplaatst door:

P. Hoogendam

Datum:

1 mei 2018

Actueel

Klik op een nieuwsartikel of kies voor het volledig overzicht.

Deze website is ontwikkeld in samenwerking met: