Sionskerk, A. van Ostadelaan 78, Veenendaal - Direct contact opnemen met de wijkpredikant of scriba van de Sionskerk.

Met blijdschap verder gaan (Handelingen 8: 26–40)

... Je verwacht dat die dopeling verdrietig is omdat Filippus, zijn leermeester, plotseling weg is. Maar de man reist verder met blijdschap. Hoe kan dat?

Dat heeft ongetwijfeld met de Bijbel te maken. De evangelist verdwijnt, de blijde boodschap blijft. Hij heeft nog steeds het Bijbeltje, dat hij in Jeruzalem kocht. Dat is nu een open Bijbel. Hij heeft de leessleutel gevonden. Bijbelwoorden spreken hem nu over Jezus. Dat geeft vreugde.

En de boekrol heeft nog een verrassing voor hem in petto. Hij was gekomen bij Jesaja 53. Na zijn doop leest hij verder en komt hij bij hoofdstuk 56: Laat de ontmande niet zeggen: ik ben een dorre boom. Hij is er zo één. Maar nu leest hij dit: al ben je ontmand en leef je niet verder in je nageslacht, toch blijft je naam bestaan. God geeft jou een eeuwige naam, ook zonder stamhouder. Je zult niet vergeten worden. Je leven heeft zin. Verder lezend in de Schriften vindt hij nieuwe schatten. Daar word je blij van.

Zijn blijdschap wordt ook gevoed door zijn doop. Het is niet niks wat er gebeurd is. Hij ging onder in het donkere water, maar kwam weer boven. Hij is met Christus gestorven en opgestaan in een nieuw leven met een nieuwe identiteit. De blinde heiden is ingeschreven in het bevolkingsregister van Israël en geadopteerd als Gods kind. Daarom die vreugde!

Toch blijft de vreugde verbazen. Ook al heeft hij de Bijbel en herinnert hij zich zijn doop, het zou toch mooier zijn geweest als Filippus gebleven was. Zijn vertrek moet een domper zijn geweest. Toch blijft die man blij. Hoe kan dat toch? Er moet nog een bron voor zijn blijdschap zijn.

Die vind je in Galaten 5. Daar lees je over de vrucht van de Geest. Daarin is liefde nummer één, maar direct daarna komt de blijdschap. De vreugde waarmee deze man verder reist, is het bewijs dat hij de Heilige Geest ontvangen heeft. In sommige handschriften van deze Bijbeltekst wordt dat ook nadrukkelijk gezegd. De vreugde die er is, ook als hij alleen verder moet en teruggaat naar een heidens land, laat zien dat Gods Geest in hem is en hem blijdschap geeft.

Er is nog een vierde reden. Je ziet het niet direct, maar de Bijbelschrijver wil vertellen, dat die man Gòd gevonden heeft en dat hij daarom Filippus kan missen. Zijn leermeester verdwijnt, maar God blijft. En hij heeft aan God genoeg.

Wat er met Filippus gebeurde, gebeurde eeuwen geleden met de profeet Elia. Ook Elia werd door God gegrepen en weggevoerd. Met een vurige wagen voer de profeet ten hemel. De leerlingen van de profetenschool horen wat er gebeurd is en ze gaan zoeken. Ze hopen Elia ergens in de bergen terug te vinden of in een dal. Ze kunnen de profeet niet loslaten.

De dopeling gaat niet op zoek. Want hij zit niet aan Filippus vast. Hij heeft God gevonden en God zal met hem zijn, met zijn raad en troost en zegen. Hij zingt: Ik heb mijn God, dat is genoeg, ik wens mij niets daarneven (Gezang 466).

De dopeling vervolgde zijn weg met blijdschap. Wij vierden het Avondmaal en gaan ook met blijdschap verder. Want de Bijbel gaat met ons mee. En de sacramenten van Doop en Avondmaal dragen ons. In ons is Gods Geest een bron van vreugde. En God is met ons. En aan Hem hebben we genoeg.

P. Hoogendam

Naar overzicht

Geplaatst door:

P. Hoogendam

Datum:

1 mei 2018

Actueel

Klik op een nieuwsartikel of kies voor het volledig overzicht.

Deze website is ontwikkeld in samenwerking met: